Aandacht Inclusief

Samen voor Elkaar

Hieronder volgt een samenvatting. Voor het gehele eindrapport van dit project: download Eindrapport

Aandacht inclusief

KCWO, ProMO en Stimuland hebben in opdracht van de provincie Overijssel onderzocht in hoeverre meer samenwerking tussen lokale organisaties meer aandacht voor kwetsbare mensen in hun leefomgeving kan opleveren. De eerste vraag daarbij is of alle mensen die zich eenzaam voelen in eigen dorp of wijk in beeld zijn, of vallen er toch mensen tussen wal en schip? Het onderzoek zoomt in op organisaties waarvoor deze vraag tot hun corebusiness behoort. Hoe kan samenwerking tussen deze organisaties een vangnet vormen voor deze mensen, ook voordat er problemen ontstaan. Vroegsignaleren is van belang voor het welbevinden en de gezondheid van mensen.

De grenzen van noaberschap

Noaberschap is een geweldig systeem. Maar hoe positief noaberschap enerzijds ook is, anderzijds hoort toch écht niet iedereen erbij. Ook op het platteland vallen mensen tussen wal en schip als het gaat om hun plekje in de samenleving. Juist de eenzijdige positieve blik op de reikwijdte van noaberschap (“bij ons komt eenzaamheid niet voor…”) verhindert een inclusieve aanpak. Bovendien bespreken mensen hun ‘vertrouwelijke’ problemen vaak niet in de noaberschap.

Welzijnsorganisaties en kerken vullen elkaar aan

Welzijnsorganisaties en veel vrijwilligersorganisaties houden zich elk op eigen betrokken wijze bezig met het thema “eenzaamheid”. Bij de één gaat het meer over het in beeld krijgen van mensen tussen wal en schip, bij de ander over tegemoetkomen aan behoeften of bieden van perspectief.  Als het gaat om het eerder signaleren van deze mensen is het nodig dat anderen in hun naaste omgeving (familie, vrienden, buren, kapper, pedicure, etc.) de signalen opvangen en op een goede manier met hen in gesprek gaan. Daarvoor is in het kader van dit project een online basistraining ontwikkeld, die op aanvraag* kosteloos ter beschikking wordt gesteld.

Opvallend is dat alleen welzijnsorganisaties en religieuze (vrijwilligers)organisaties zoals kerken “omzien naar elkaar” als primaire doelstelling hebben, maar elkaar vaak niet weten te vinden.  Welzijnsorganisaties zouden als professionele organisaties de onderlinge samenwerking kunnen versterken door zich nog meer bewust te zijn van haar meerwaarde in haar coördinerende en faciliterende rol richting  vrijwilligersorganisaties.

Zo kan contact worden opgenomen met – indien aanwezig – een overkoepelende organisatie zoals een diaconaal platform van de lokale kerken. De eigen mogelijkheden kunnen dan aanvullend op elkaar werken: hulpverlening door beroepskrachten en signaleren en ontmoeting/contact houden door vrijwilligers.

Via de vele vrijwillige kaders, ook kerkelijk, kunnen duizenden inwoners van Overijssel worden geïnformeerd en toegerust. De online training over signaleren van eenzaamheid en het voeren van een goed gesprek wordt nu al door verschillende kerken gebruikt om het onderlinge gesprek op gang te brengen en gespreksvaardigheden van vrijwilligers te bevorderen.

Belangrijk is daarbij het onderscheid tussen contact maken en ontmoeten enerzijds en hulpverlening anderzijds. Hulp verlenen gebeurt in principe niet door bezoekers vanuit een vereniging of kerk. Zij verwijzen door naar beroepsmatige hulpverlening. Daarna kunnen zij in contact blijven (luisterend oor bieden) en daarmee het verdere proces van probleemoplossing ondersteunen. Het voordeel is dat de juiste hulp wordt geboden en de bezoeker minder belast wordt.

De gemeente kan er meer van maken

Gemeenten kunnen een coördinerende en regisserende rol hebben. Startpunt is dat ze de gegroeide, bestaande samenwerking en netwerken serieus neemt. Ook is inzicht in – en waardering voor – de specifieke kracht van de vrijwilligers en die van betaalde professionals nodig. Vrijwilligers zijn vaak doeners, die effectief en efficiënt aan de slag willen. Processen op het abstractieniveau van beleidszaken, visie en missie liggen vaak minder dicht bij hun primaire kracht. Daar kunnen professionele organisaties mogelijk meer bieden. Verder is continuïteit in contactpersonen vanuit gemeenten prettig. Samenwerking is mensenwerk en opgebouwd vertrouwen, weten welke deskundigheid beschikbaar is en waar en de verbinding leggen met andere organisaties is soms sterk afhankelijk van ‘het poppetje’ dat een functie bekleedt. Personeelswisselingen vragen om steeds opnieuw opbouwen van zo’n netwerk.

Door een betere invulling van de regiefunctie voorkomt de gemeente scheefgroei tussen  vrijwilligerswerk en lokale samenwerking van (gesubsidieerde) organisaties. Zo kan iedereen doen waar hij of zij goed in is.